Kinderopvang

De kinderopvang heeft zich in een vrij kort tijdsbestek ontwikkeld van een volledig gesubsidieerde sector naar een sector waar marktwerking haar intrede heeft gedaan. Samenhangend hiermee is er in toenemende mate aandacht ontstaan voor de kwaliteit van kinderopvang. Bureau Bartels heeft op dit terrein diverse onderzoeken verricht.

Versterken betrokkenheid ouders in de kinderopvang

Het bevorderen van de kwaliteit van kinderopvang staat volop in de maatschappelijke en politieke belangstelling. Recente incidenten bij kindercentra hebben het belang daarvan nog eens onderstreept. In het licht hiervan heeft de Minister van SZW de ambitie uitgesproken om tot een (verdere) verbetering van de kwaliteit van kinderopvang te komen. Samenhangend hiermee is sinds kort de wet ‘Versterking positie ouders kinderopvang en peuterspeelzalen’ van kracht. Hiermee wordt beoogd om ouders meer invloed uit te laten oefenen op de kwaliteit van kinderopvang. Bij de behandeling van deze wet is er een motie aangenomen waarin de regering verzocht wordt om jaarlijks de ontwikkeling van het aantal oudercommissies te monitoren. Om hier invulling aan te geven, heeft Bureau Bartels in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een eerste meting uitgevoerd.

Afwijking wettelijke kwaliteitseisen kinderopvang

De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp) bood tot voor kort kinderopvangvoorzieningen de mogelijkheid om af te wijken van de geldende kwaliteitseisen. De GGD diende daartoe vast te stellen dat er voor een bepaalde kwaliteitseis een ‘gelijkwaardig alternatief’ aangeboden werd. Momenteel worden de kwaliteitseisen voor de kinderopvang echter ‘herijkt’. Daarin dient (dus) ook de positie van dergelijke ‘gelijkwaardige alternatieven’ meegenomen te worden. Om goed zicht te krijgen op de mate waarin typen gelijkwaardige alternatieven voorkomen, de redenen daarvoor en de ervaringen die daarmee opgedaan zijn hebben we daar onderzoek naar gedaan. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid was hiervoor de opdrachtgever.

Kinderopvang in het buitenland

Ouders met de Nederlandse nationaliteit, die hun kinderen buiten Nederland in EU-/EER-landen of in Zwitserland laten opvangen, kunnen in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Voorwaarde daarvoor is wel dat de kwaliteit van de betreffende buitenlandse kinderopvangvoorziening ‘naar aard en strekking’ overeenkomt met de Nederlandse kwaliteitseisen. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het ministerie van OCW toetst dit. In het Register Buitenlandse Kinderopvang zijn buitenlandse kinderopvangvoorzieningen opgenomen waarvan DUO vastgesteld heeft dat zij hieraan voldoen. Om ondersteuning te bieden bij deze beoordeling hebben we in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, samen met de Utrecht University School of Economics (USE), onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van kinderopvang in 21 Europese landen. In een voorgaand onderzoek hebben we datzelfde gedaan voor 11 andere Europese landen.


Effectiviteit gemeentelijke handhaving in de kinderopvang

In de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen is geregeld dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van kinderopvang. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Bureau Bartels onderzocht welke (typen) interventies van gemeenten het meest effectief zijn qua beïnvloeding van nalevingsgedrag in de kinderdagopvang. De uitkomsten van het onderzoek zijn meegenomen in de kwaliteitsagenda voor de kinderopvang.