Agrofood

De agrofood is in economisch opzicht één van de meest belangrijke sectoren van ons land. Niet alleen is deze sector van groot belang voor de Nederlandse voedselproductie, ook kenmerkt de agrofood zich door een grote exportwaarde en hoog innovatief vermogen. De agrofood is dan ook door het kabinet erkend als één van de topsectoren binnen haar kennis- en innovatiebeleid. Bureau Bartels heeft in de achterliggende periode diverse studies gedaan voor partijen die betrokken zijn bij deze sector. Zie onderstaand een paar voorbeelden van onderzoek.

Subsidie voor jonge landbouwers

De Regeling jonge landbouwers (JoLa-regeling) is bedoeld om jonge boeren, die een agrarisch bedrijf overnemen, financieel te ondersteunen bij het plegen van bepaalde typen investeringen. Recentelijk is deze regeling onderdeel uit gaan maken van het Plattelandsontwikkelings-programma 2014-2020 (POP3). Daarmee zijn de provincies verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de JoLa-regeling. De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft aan de Tweede Kamer toegezegd dat de ‘inhoud’ en ‘werkwijze’ van deze openstelling geëvalueerd zou gaan. Dit om daarmee lessen te trekken voor volgende openstellingen. Op verzoek van het Regiebureau POP hebben we deze evaluatie uitgevoerd. Daarbij hebben we aandacht besteed aan de thema’s zoals toegezegd door de staatssecretaris van EZ&K en hebben we aanbevelingen voor komende openstellingen geformuleerd.


Samenwerking innovatieprojecten landbouw

In 2015 heeft de Europese Commissie het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) voor ons land goedgekeurd. De uitvoering van dit programma is gedecentraliseerd naar provincies. Provincies kunnen dan ook verschillende maatregelen van dit programma openstellen voor subsidieverlening. Maatregel 16 van het POP3-programma heeft als doel om innovatie en modernisering van de agrarische sector te bevorderen. Daartoe kunnen samenwerkingsverbanden, die gezamenlijk werken aan een innovatieproject voor deze sector, in aanmerking komen voor subsidie vanuit deze maatregel.

Mede in verband met de verslaglegging richting de Europese Commissie bestond er bij het Regiebureau POP behoefte aan inzicht in de voortgang van de implementatie van maatregel 16. Voor de onderbouwing daarvan heeft het Regiebureau POP Bureau Bartels gevraagd om een tussentijdse evaluatie van deze maatregel uit te voeren.

Behoud biodiversiteit

Nederland heeft zich gecommitteerd aan diverse internationale afspraken om de biodiversiteit te behouden. Om hier invulling aan te geven verstrekt het ministerie van Economische Zaken en Milieu onder andere, via de regeling Zeldzame Huisdierrassen, subsidie aan de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH).

De SZH heeft als doel ‘het versterken van de positie van de rasverenigingen en stamboeken door het aanreiken van kennis en professionele hulp van organisatorische aard en anderzijds door de oorspronkelijke rassen een herkenbare plaats te geven in de samenleving’. We hebben op verzoek van het ministerie van EZ&M een evaluatie van de door de SZH ontplooide ‘EZ&M-activiteiten’ uitgevoerd. Daarbij hebben we niet alleen aandacht geschonken aan de uitvoering en doelrealisatie van deze activiteiten, maar hebben we ook lessen naar de toekomst geformuleerd.

Evaluatie Voedingscentrum

Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Milieu hebben we een evaluatie opgesteld van de taken die het Voedingscentrum Nederland (VCN) in opdracht van het ministerie uitvoert. Het VCN – onder andere bekend van de ‘Schijf van Vijf’ – is een autoriteit op het gebied van gezonde voeding. In een brief aan de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Dijksma aangegeven dat zij de conclusies en aanbevelingen van de evaluatie volledig onderschrijft.