Voorbeelden van onderzoeken op het gebied van

Armoede en schulden


Kinderarmoede een urgente opgave

In ons land groeit 1 op de 12 kinderen op in armoede. In deze coronatijd kan dat aantal snel oplopen. Gemeenten signaleren bovendien extra problemen voor kinderen die al in kwetsbare thuissituaties zaten. Hierover spraken verschillende vakgenoten vanuit gemeenten online al met Divosa en elkaar. Bij de online bijeenkomst Divosa Vrijdag van 15 mei jl. hebben zij dit onderwerp verder besproken en toegelicht.

Omdat Bureau Bartels veel onderzoek doet op dit gebied, zijn wij gevraagd onze visie te geven. Onze collega Joyce van de Schootbrugge heeft een presentatie gegeven over de ontwikkelingen van kinderarmoede(beleid).  


Sneller uit de schulden

Hoewel Nederland een welvarend land is leeft een aanzienlijk deel van de bevolking, waaronder ook kinderen, in een situatie van armoede. Samenhangend hiermee kampt ook een groot aantal gezinnen en personen met problematische schulden. Armoede en schulden hebben een sterk negatieve impact op mensen en kinderen bijvoorbeeld waar het gaat om hun kansen op een volwaardige maatschappelijke participatie.

Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden bij hun burgers. Belangrijke vragen voor gemeenten zijn dan ook hoe zij armoede kunnen bestrijden en hoe mensen met problematische schulden effectief ondersteund kunnen worden. Vanuit de Nationaal Wetenschapsagenda (NWA) zijn middelen beschikbaar gesteld voor onderzoek om tot een beantwoording van deze vragen te komen. Via het ZonMw-programma Vakkundig aan het Werk zijn partijen in het veld uitgenodigd om hun ideeën voor onderzoek kenbaar te maken. Een commissie van deskundigen heeft op basis hiervan een consortium samengesteld waarvoor ook Bureau Bartels is geselecteerd. Andere consortiumpartners zijn de Hogeschool Utrecht, het CBS, het Verwey-Jonker Instituut, Pharos, Valente, Save the Children en een aantal grote(re) gemeenten zoals Amsterdam en Utrecht.

In de komende periode gaat Bureau Bartels met dit consortium verschillende typen interventies voor mensen met een betalingsachterstand tegen het licht houden. Doel daarvan is om vast te stellen wat meer of minder effectieve interventies zijn en wat werkzame bestanddelen binnen effectieve interventies zijn. De aldus verkregen inzichten kunnen vervolgens benut worden om de effectiviteit van gemeentelijke schuldhulpverlening te versterken. (Lopend onderzoek)


Experimenten binnen schuldhulpverlening bij Nederlandse gemeenten

Schouders Eronder’ is een landelijk programma, gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dat zich richt op versterking van schuldhulpverlening in Nederland. Daartoe wordt met dit programma onder andere ingezet op onderzoek & innovatie en bevordering van kennisdeling tussen partijen die betrokken zijn bij schuldhulpverlening. Vanuit deze actielijn heeft Bureau Bartels experimenten/pilots in beeld gebracht. Door middel van kennisbijeenkomsten heeft er vervolgens een extra verdiepingsslag plaatsgevonden. Op die manier zijn kenmerken en leerervaringen rondom de experimenten/pilots goed in beeld gebracht en hebben we in de publieksrapportage concrete handvatten kunnen bieden aan gemeenten/partijen die met experimenten/pilots aan de slag willen gaan.Schouders Eronder is een initiatief van Divosa, Landelijke Cliëntenraad, NVVK, Sociaal Werk Nederland en VNG.

Voorkomen en bestrijden kinderarmoede

In Nederland heeft een groot aantal kinderen te maken met (risico op) armoede, iets wat negatief uit kan werken op de ontwikkeling en maatschappelijke participatie van deze kinderen. Het voorkomen en bestrijden van kinderarmoede is in de afgelopen periode dan ook hoog op de maatschappelijke en politieke agenda komen te staan. In het verlengde daarvan zijn ook de nodige beleidsinitiatieven ontplooid. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de 85 miljoen euro voor armoedebestrijding onder kinderen die gemeenten vanaf 2017 jaarlijks, in de vorm van een decentralisatie-uitkering, ontvangen. Over de inzet van deze middelen zijn door het ministerie van SZW en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bestuurlijke afspraken gemaakt.

In 2018 hebben we voor het ministerie van SZW een eerste evaluatie uitgevoerd van de implementatie van deze middelen en de resultaten daarvan. Deze evaluatie vormde onderdeel van de bestuurlijke afspraken tussen het ministerie en de VNG. Daarbij was voorzien dat in 2021 nog één vervolgevaluatie uitgevoerd gaat worden. Echter, in 2019 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin het kabinet verzocht wordt om een extra tussentijdse evaluatie uit te laten voeren. De Staatssecretaris van SZW heeft dit verzoek ingewilligd. Het ministerie van SZW heeft Bureau Bartels gevraagd om deze tussenevaluatie voor haar rekening te nemen. (Lopend onderzoek)


Medewerking schuldeisers aan minnelijke schuldregeling

Minnelijke schuldregeling vormt in feite een eerstelijnsvoorziening voor de aanpak van problematische schulden van natuurlijke personen. Kern van dit buitengerechtelijke traject is dat op een minnelijke wijze getracht wordt om tot een schuldregeling met schuldeisers te komen. Dit traject fungeert als ‘voorportaal’ van het wettelijke traject: de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Een vereiste voor toelating tot de WSNP is namelijk dat eerst een minnelijk traject doorlopen is waarbij het niet gelukt is om tot een akkoord met schuldeisers te komen. Vanwege de belasting voor de rechtelijke macht is het streven om problematische schulden zoveel mogelijk via het minnelijke traject op te lossen.

Voor het slagen van minnelijke trajecten – en daarmee voor het functioneren van het Nederlandse stelsel voor de aanpak van problematische schulden – is medewerking van schuldeisers van cruciaal belang. Regelmatig komen er signalen naar voren dat het hier aan schort. Samenhangend daarmee wordt er, ook vanuit de Tweede Kamer, gevraagd om via wet- en regelgeving een betere medewerking van schuldeisers af te dwingen. Er bestaat echter onvoldoende inzicht in de mate waarin schuldeisers meewerken en, indien dit niet het geval is, welke partijen het betreft en wat de redenen daarvoor zijn. De Staatssecretaris van SZW wil hier dan ook een verdiepend onderzoek naar uit laten voeren. Bureau Bartels is gevraagd om dit onderzoek voor haar rekening te nemen. (Lopend onderzoek)

Versterken rol maatschappelijke organisaties bij bestrijden armoede en schulden

In de afgelopen periode is de beleidsmatige aandacht voor de armoede- en schuldenproblematiek sterk toegenomen. Een belangrijke reden hiervoor is dat een aanzienlijk deel van de huishoudens rond moet komen van een laag inkomen, iets wat ten koste kan gaan van de maatschappelijke participatie van de betreffende burgers. Om deze problematiek te ondervangen wordt via verschillende beleidssporen ingezet op het bestrijden van armoede en schulden.

Eén van deze sporen richt zich op het versterken van de dienstverlening van maatschappelijke organisaties die actief zijn op het terrein van armoede en schulden. Daartoe heeft het ministerie van SZW de Subsidieregeling armoede en schulden geïnitieerd. In de periode 2014-2019 zijn vanuit deze regeling bijna 100 projecten ondersteund. Deze projecten waren gericht op het vernieuwen of verbeteren van de diensten van deze maatschappelijke organisaties, het breder verspreiden van effectieve interventies en op het versterken van de onderlinge samenwerking. Dit met het uiteindelijke doel om daarmee een duurzame bijdrage te leveren aan het bestrijden van armoede en schulden.

In opdracht van het ministerie van SZW voert Bureau Bartels een evaluatie van de Subsidieregeling armoede en schulden uit. Daarbij brengen we in kaart hoe de ondersteunde projecten verlopen zijn en welke bijdrage zij geleverd hebben aan de reductie van armoede en schulden. In het verlengde daarvan doen we aanbevelingen voor dit type beleidsinstrumentarium. (Lopend onderzoek)

Kansen voor alle kinderen

Bestrijden van kinderarmoede staat volop in de politieke en maatschappelijke belangstelling. Eén van de instrumenten die daarbij ingezet wordt, is de ‘Subsidieregeling Kansen voor alle kinderen’. Vanuit deze regeling kunnen initiatieven ondersteund worden die zich, via het verstrekken van voorzieningen in natura, richten op bestrijding van kinderarmoede. Aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend door maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen en partijen in de jeugdzorg. Voor Europees Nederland is jaarlijks 4 miljoen euro beschikbaar, voor Caribisch Nederland jaarlijks 1 miljoen euro. Recentelijk heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten om deze regeling tussentijds te laten evalueren. Bureau Bartels heeft deze evaluatie uitgevoerd.

Wetwijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap

In het Burgerlijk Wetboek worden drie beschermingsmaatregelen onderscheiden, namelijk curatele, beschermingsbewind en mentorschap. Deze maatregelen beogen kwetsbare volwassenen, die onvoldoende in staat zijn om hun eigen belangen goed te behartigen of voor zichzelf te zorgen, te beschermen door een wettelijke vertegenwoordiger te benoemen. Recentelijk zijn er in het wettelijk kader voor deze maatregelen belangrijke veranderingen doorgevoerd. Deze veranderingen zijn geregeld via de ‘Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap’. Bureau Bartels werd door het ministerie van Justitie en Veiligheid/WODC gevraagd de wetswijziging te evalueren.


Hoorn direct aan de slag met effectievere aanpak armoede

In de tweede helft van 2019 heeft Bureau Bartels uitvoerig onderzoek gedaan naar de armoedeproblematiek in Hoorn.  Met het nieuwe rapport naar armoedeproblematiek in de hand kon de gemeente Hoorn direct aan de slag gaan met een effectievere bestrijding van de armoede. Door betere samenwerking en informatievoorziening kunnen meer hulpbehoevende inwoners worden geholpen. Zo zijn al direct 200 bewoners benaderd die aangaven contact te willen hebben met de gemeente over hun financiële situatie.


Grip gemeenten op (kosten) bewindvoering

Er is sprake van een sterke toename van het aantal personen dat onder bewind is gesteld. In eerder onderzoek heeft Bureau Bartels aangetoond dat dit gepaard is gegaan met een sterke stijging van de kosten voor gemeenten. Gemeenten dienen namelijk (vanuit Bijzondere Bijstand) de kosten van bewindvoering te vergoeden indien onderbewindgestelden daartoe niet in staat zijn. Zo zijn in de gemeente Rotterdam de uitgaven vanuit Bijzondere Bijstand voor bewind in de periode 2013-2017 toegenomen van circa 2 miljoen euro naar ongeveer 10 miljoen euro.

De gemeente Rotterdam heeft ons dan ook verzocht om te onderzoeken wat de kenmerken van onderbewindgestelden zijn en hoe zij meer ‘grip’ kan krijgen op (de kosten van) bewindvoering.