Voorbeelden van onderzoeken op dit kennisgebied

Versterken betrokkenheid ouders in de kinderopvang

Het bevorderen van de kwaliteit van kinderopvang staat volop in de maatschappelijke en politieke belangstelling. Recente incidenten bij kindercentra hebben het belang daarvan nog eens onderstreept. In het licht hiervan heeft de Minister van SZW de ambitie uitgesproken om tot een (verdere) verbetering van de kwaliteit van kinderopvang te komen. Samenhangend hiermee is sinds kort de wet ‘Versterking positie ouders kinderopvang en peuterspeelzalen’ van kracht. Hiermee wordt beoogd om ouders meer invloed uit te laten oefenen op de kwaliteit van kinderopvang. Bij de behandeling van deze wet is er een motie aangenomen waarin de regering verzocht wordt om jaarlijks de ontwikkeling van het aantal oudercommissies te monitoren. Om hier invulling aan te geven, heeft Bureau Bartels in opdracht van het ministerie van SZW een eerste meting uitgevoerd.

Nieuwe kwaliteitseisen peuterspeelzalen

In het peuterspeelzaalwerk is sprake van een grote dynamiek. Zo hebben de peuterspeelzalen te maken gekregen met de Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet OKE) waarmee een aantal kwaliteitsregels aan het peuterspeelzaalwerk is gesteld. In het verlengde hiervan zijn ook aanpassingen in de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012 doorgevoerd. Daarmee moeten peuterspeelzalen uiterlijk 1 januari 2017 aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen als de kinderopvang. Dit houdt bijvoorbeeld in dat peuterspeelzalen vanaf deze datum vrijwilligers niet meer formatief in mogen zetten op de groepen. De MOgroep ondersteunt peuterspeelzalen bij het treffen van maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de nieuwe kwaliteitseisen. Als eerste stap daartoe hebben we voor de MOgroep in kaart gebracht hoeveel vrijwilligers nu nog wel formatief ingezet worden en welk deel hiervan omgeschoold kan (en wil) worden naar gekwalificeerde beroepskrachten.

Afwijking wettelijke kwaliteitseisen kinderopvang

De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp) bood tot voor kort kinderopvangvoorzieningen de mogelijkheid om af te wijken van de geldende kwaliteitseisen. De GGD diende daartoe vast te stellen dat er voor een bepaalde kwaliteitseis een ‘gelijkwaardig alternatief’ aangeboden werd. Momenteel worden de kwaliteitseisen voor de kinderopvang echter ‘herijkt’. Daarin dient (dus) ook de positie van dergelijke ‘gelijkwaardige alternatieven’ meegenomen te worden. Om goed zicht te krijgen op de mate waarin typen gelijkwaardige alternatieven voorkomen, de redenen daarvoor en de ervaringen die daarmee opgedaan zijn hebben we daar onderzoek naar gedaan. Het ministerie van SZW was hiervoor de opdrachtgever.

Kinderopvang in het buitenland

Ouders met de Nederlandse nationaliteit, die hun kinderen buiten Nederland in EU-/EER-landen of in Zwitserland laten opvangen, kunnen in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Voorwaarde daarvoor is wel dat de kwaliteit van de betreffende buitenlandse kinderopvangvoorziening ‘naar aard en strekking’ overeenkomt met de Nederlandse kwaliteitseisen. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het ministerie van OCW toetst dit. In het Register Buitenlandse Kinderopvang zijn buitenlandse kinderopvangvoorzieningen opgenomen waarvan DUO vastgesteld heeft dat zij hieraan voldoen. Om ondersteuning te bieden bij deze beoordeling hebben we in opdracht van het ministerie van SZW, samen met de Utrecht University School of Economics (USE), onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van kinderopvang in 21 Europese landen. In een voorgaand onderzoek hebben we datzelfde gedaan voor 11 andere Europese landen.

Kleine kindercentra

Sinds de schokkende zedenzaak in Amsterdam is de discussie over de kwaliteit van kinderopvang losgebarsten. Deze discussie is onder meer ‘gevoed’ vanuit de commissie Gunning die deze zedenzaak onderzocht heeft. In dit onderzoek zijn signalen naar voren gekomen die er op duiden dat kleine kinderdagverblijven een risico in zich bergen. De commissie heeft dan ook de aanbeveling gedaan om voor kinderdagverblijven een minimumgrens van drie groepen verplicht te stellen. Om hier nader zicht op te krijgen hebben we voor het ministerie van SZW een onderzoek uitgevoerd. Daaruit kwam naar voren dat kleine locaties niet ‘per definitie’ kwetsbaarder zijn. Zo bleken kleine kindercentra, zeker in de dagopvang, voor veel GGD-inspectiecriteria niet meer overtredingen te maken dan grotere kindercentra. Op sommige criteria scoorden kleine kindercentra zelfs beter.

Effectiviteit gemeentelijke handhaving in de kinderopvang

In de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen is geregeld dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van kinderopvang. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Bureau Bartels onderzocht welke (typen) interventies van gemeenten het meest effectief zijn qua beïnvloeding van nalevingsgedrag in de kinderdagopvang. De uitkomsten van het onderzoek zijn meegenomen in de kwaliteitsagenda voor de kinderopvang (zie kamerbrief Kinderopvang). Lees meer of klik hier voor het downloaden van het rapport.

Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn

RegioPlus werken zestien regionale werkgeversorganisaties samen op het gebied van de arbeidsmarkt voor de Zorg en Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang. Als landelijk platform faciliteert de stichting RegioPlus de regionale activiteiten van deze organisaties en het netwerk dat zij samen vormen. Voor de periode 2012-2015 heeft RegioPlus, samen met de aangesloten regionale werkgeversorganisaties, het strategisch arbeidsmarktbeleid vastgelegd in het programma ‘De Weg Naar Balans 2012-2015’. Voor de uitvoering van dit programma heeft het ministerie van VWS een bijdrage van 30 miljoen euro ter beschikking gesteld. Om zicht te krijgen op de voortgang en resultaten van dit programma hebben we in samenwerking met RegioPlus een monitoring- en evaluatiesystematiek ontwikkeld. Deze systematiek bestaat uit meerdere metingen in de tijd. Vanaf 2013 voeren we jaarlijks een voortgangsmeting uit.

Onderzoek naar de kwaliteit van kinderopvang in EU-/EER-landen

Op grond van Europese en nationale regelgeving dient de Nederlandse overheid in bepaalde situaties kinderopvangtoeslag te betalen voor kinderopvang in het buitenland. Daartoe dient de buitenlandse kinderopvang-voorziening opgenomen te zijn in het Register buitenlandse opvang. Om tot een eenduidig beoordelingskader voor dit register te komen, hebben we in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de kwaliteit van kinderopvang in elf Europese landen onderzocht. Dit onderzoek is in nauwe samenspraak met de Utrecht University School of Economics uitgevoerd.

Overtredingen in de kinderopvang

Bureau Bartels heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek gedaan naar de omvang en aard van overtredingen zoals die door GGD-inspecteurs in de kinderopvang zijn geconstateerd. Daarbij is gekeken naar de situatie in elk van de toezichtcategorieën, namelijk de dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouders. De uitkomsten van dit onderzoek zijn meegenomen in de bredere evaluatie van de Wet op de kinderopvang (Wko).

Monitoring en evaluatie Bureau Kwaliteit Kinderopvang

Op initiatief van de sociale partners in de kinderopvang en de Belangenvereniging Ouders in de kinderopvang (BOinK) is enkele jaren geleden het Bureau Kwaliteit Kinderopvang (BKK) opgericht. Het doel van BKK is om de pedagogische kwaliteit van de kinderopvang structureel te verbeteren. Daartoe zijn verschillende activiteiten ontplooid, namelijk het ontwikkelen en implementeren van het Pedagogisch kader, het financieel ondersteunen van scholing en EVC-procedures voor pedagogisch medewerkers, het bevorderen van samenwerking tussen het beroepsonderwijs en de praktijk en het stimuleren van talentontwikkeling. In opdracht van Stichting BKK heeft Bureau Bartels de opbrengsten en effecten van het BKK-programma ‘Werken aan excellente kinderopvang’ in kaart gebracht. Daartoe zijn een nulmeting, tussenmeting en eindmeting uitgevoerd. Het eindrapport werd eind november 2012 op de slotmanifestatie van BKK aangeboden aan de heer Martin Flier, directeur Kinderopvang van het ministerie van SZW.

Achtergronden niet-gebruik BKK-opleidingsbudget

In dit onderzoek is gekeken naar de achtergronden van niet-gebruik van het opleidingsbudget van Bureau Kwaliteit Kinderopvang (BKK) en zijn de sturingsmogelijkheden onderzocht om kinderopvangorganisaties die geen beroep op BKK doen te verleiden om alsnog gebruik te gaan maken van het BKK-opleidingsbudget.

Scholing in het peuterspeelzaalwerk

De wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE) regelt de harmonisatie van (kwaliteits)regels voor peuterspeelzalen met die van de kinderopvang. In dit onderzoek is gemeten welke scholingsbehoefte in het peuterspeelzaalwerk deze harmonisatie tot gevolg heeft.

Kinderopvang

De kinderopvang heeft zich in een vrij kort tijdsbestek ontwikkeld van een volledig gesubsidieerde sector naar een sector waar marktwerking haar intrede heeft gedaan. Samenhangend hiermee is er in toenemende mate aandacht ontstaan voor de kwaliteit van kinderopvang. Bureau Bartels heeft op dit terrein diverse onderzoeken verricht

Gepubliceerde rapporten

MOgroep Vrijwilligers in het peuterspeelzaalwerk

Ministerie van SZW Gelijkwaardige alternatieven in de kinderopvang

Ministerie van SZW Onderzoek naar effectiviteit van de handhaving in de kinderopvang

BKK Evaluatie Bureau Kwaliteit Kinderopvang

Ministerie van SZW Kwaliteit kinderopvang in EU/EER-landen